Alles wat je wilt weten over de werkveldcommissie

Een keiharde verplichting is het niet, maar je kan er eigenlijk ook niet omheen: de werkveldcommissie of -vertegenwoordiging. Ook wel klankbordgroep of -commissie genoemd. Als opleiding in het hoger onderwijs doe je er goed aan om zo’n gremium in te stellen. Vandaag neem ik je mee in het hoe, wat en waarom.

1. Waarom een werkveldcommissie?

Voor elke opleiding is het belangrijk dat afgestudeerden goed terecht komen in een baan of rol waarop ze zich in de opleiding hebben voorbereid.

Dit betekent dat je als opleidingsmanagement nadenkt over: waartoe willen wij opleiden, maar ook: wat heeft de markt nodig? Het raadplegen van een werkveldvertegenwoordiging is een goed middel om deze informatie te verzamelen en/of het eerste en het tweede tot elkaar te kunnen verhouden.

Daarnaast kun je als opleiding een werkveldvertegenwoordiging vragen om mee te denken over ambities en perspectieven op de middellange en lange termijn.

Standaard 4

Tot slot en zeker niet minder belangrijk: de klankbordcommissie is ook essentieel bij opleidingsvisitaties, want deze kan gefundeerd wat zeggen over Standaard 4 – gerealiseerd eindniveau. Zij krijgt de recent afgestudeerde als werknemer en weet dus wat je in huis haalt.

Bovendien kan zo’n commissie de opleiding influisteren welke ontwikkelingen er in het werkveld zijn om in te bedden in het programma.

2. Wat is het voordeel voor…

…de opleiding?

Info over actuele ontwikkelingen wordt op structurele basis opgehaald wordt bij de doelgroep. Daarnaast is het waardevol om de werkveldvertegenwoordiging kritisch te laten meekijken naar (strategische) plannen van het opleidingsmanagement.

De meerwaarde van een externe groep t.o.v. een interne of als freelancekracht aan de opleiding verbonden groep professionals is dat een externe groep onafhankelijk opereert, waardoor er meer vrijheid is om vrijuit en evt. kritisch te kunnen discussiëren over wat het management beoogt.

…de leden van de klankbordgroep?

Zij kunnen  een (kritische) bijdrage leveren aan de kwaliteit van de opleiding waarvan ze op termijn de alumni gaan inzetten.

Ook creëert het mogelijkheden tot gericht werven van studenten voor stages, afstudeer- en/of onderzoeksprojecten. Daarnaast kan het leiden tot interessante zakelijke of creatieve kruisbestuivingen tussen de professionals onderling.

3. Wat bespreek je met zo’n klankbordgroep?

Het opleidingsmanagement en de werkveldvertegenwoordiging komen jaarlijks samen om het gesprek aan te gaan over specifieke thema’s die aangedragen worden door het management. Voorbeelden van input die je bij een werkveldvertegenwoordiging kunt ophalen zijn:

  • Ontwikkelingen in het werkveld en de kijk van het werkveld op de opleiding
  • Betrokkenheid van het werkveld bij specifieke onderdelen van de opleiding
  • Onderzoek dat in of aanpalend aan de opleiding wordt gedaan
  • Het leveren van een bijdrage aan bijv. studiedagen voor docenten
  • Etc.

4. Wie vraag je voor je werkveldvertegenwoordiging?

Voor een gebalanceerde vertegenwoordiging kun je kijken naar de volgende criteria:

  • Het heeft de voorkeur om leden te zoeken met academisch (of hoger) niveau. De reden is dat je als expert (en dat zijn deze mensen toch op hun vakgebied) boven de materie van de student uitstijgt. Betekent dat je idealiter minimaal één opleidingsniveau boven het niveau zit van de opleiding waar het om gaat. Dit is geen keihard voorschrift, maar een goeie om op te letten.
  • Leden hebben minimaal 10 jaar werkervaring in het werkveld. Verder kun je afhankelijk van de grootte van de werkveldvertegenwoordiging één á twee ‘jonge werkenden’ toevoegen (2-4 jaar werkervaring).
  • In sommige vakgebieden zie je een lokale focus ontstaan in het onderwijs. Echter studenten kunnen vanuit alle hoeken (ook internationaal) instromen. Let dus op eventuele oogkleppen en zorg voor een dekking uit alle uithoeken van Nederland, en let ook op het internationale werkveld.
  • Leden van de vertegenwoordiging komen niet alleen uit de direct aanpalende sector, maar eventueel ook uit de bredere linie. Ook weer om oogkleprisico te verminderen. 
  • Zorg voor een diverse groep: culturele achtergrond; professionals in loondienst/zzp’ers; M/V/X.
  • Kies ook voor leden die in staat zijn het functioneren van bachelorafgestudeerden te beoordelen, bijv. doordat zij in een leidinggevende rol werken in het werkveld.
  • Vraag leden zich minimaal drie jaar te committeren aan deze rol.

5. Wie betrek je verder nog (zijdelings) bij de commissie?

Als opleidingsmanagement ben je uiteraard in de lead en zit je de bijeenkomst voor. Maar je kunt daarnaast ook samenwerken met:

  • De onderwijscoördinator, voor het organiseren van de bijeenkomst en evt. voor het notuleren.
  • De kwaliteitszorgadviseur, voor het afstemmen van bespreekpunten met bijv. de accreditatiecyclus. Neem haar/hem ook mee in de verslaglegging.
  • De opleidingscommissie, die je in de eerstvolgende OC-vergadering na de werkveldbijeenkomst bijpraat over de uitkomsten van de sessie.

Zie hier het startpunt voor het instellen van een goeie werkveldcommissie. Kom je er toch niet uit? Neem dan contact met me op.

Wil je weten welk onderwerp je wanneer op de agenda zet voor je bijeenkomt met de werkveldcommissie? Lees hier verder

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.